Imke Rosink

Was patiënt bij het ZRTI

Interview

"Ik gun niemand kanker, maar ik gun iedereen de zorg van het ZRTI"

Imke Rosink merkte aan de kleinste dingen dat bij het ZRTI de mens echt centraal staat. ‘Ik heb vaak gedacht: “wat doen jullie dit góed”. De eensgezinde warme aandacht die je krijgt, bewijst dat het in de cultuur zit.’

Oud-verloskundige Imke Rosink uit Grijpskerke kreeg in januari 2020 een oproep voor het borstkankerbevolkingsonderzoek. ‘Ik ga er al jaren braaf naar toe en hoorde er nooit meer wat van. Deze keer was het anders. Een paar dagen na het onderzoek belde de huisarts. Ik snapte direct dat het mis was. Gelukkig bleek in het ADRZ dat ik een pril begin van beginnend borstkanker had. Ik was er op tijd bij. Daaruit blijkt maar weer hoe belangrijk bevolkingsonderzoek is.’

Een soort magie?

De kleine tumor werd operatief verwijderd. ‘Jammer genoeg waren de wondranden niet helemaal kankervrij. Opnieuw opereren kon niet, onder andere door de afgeschaalde zorg door corona. Ik werd voor nabehandeling doorgestuurd naar de buren: het ZRTI. Dat was wel even een tegenvaller. Vijf weken lang ben ik zes dagen per week bestraald. Een nieuwe ervaring voor me, ik wist natuurlijk niet hoe dat allemaal werkt. Het ZRTI maakt een bestralingsplan, je krijgt een fijne intake en daar ga je dan. Je kleedt je uit, komt in een kamer met een grote dure machine en er wordt met viltstift op je lijf getekend. Je ligt er als een kleurboek bij in een zoemende machine. Na een paar minuten is het klaar en denk je: wat is er nou eigenlijk gebeurd? Een soort magie? Ik vond het zo ontastbaar dat ik aan de twee laboranten vroeg of ze er een bestralingsdansje bij konden doen. Ze vulden elkaar meteen aan: de een legde uit wat er gebeurde, de ander maakt er een warm momentje van.’

Je wordt gezien

De eerste dagen gingen probleemloos. ‘Het voelde bijna als een uitje, ik mocht even in coronatijd het huis uit. Maar na een tijdje voelde het alsof alle energie uit mijn lijf was getrokken. Dat doet iets met je hoor, dan voel je je echt patiënt. Juist in die kwetsbare tijden kunnen zorgverleners al het verschil maken. En ik kan alleen maar zeggen: ik gun niemand kanker, maar ik gun iedereen de zorg van het ZRTI. Er zijn veel zorginstellingen die schermen met de slogan dat de patiënt centraal staat. Bij het ZRTI is het echt zo. En dat zie je in de allerkleinste dingen die uitermate belangrijk zijn voor je gevoel van welbevinden en vertrouwen. Zo leg je als je binnenkomt een kaartje onder een scanapparaat en dan begroet de receptioniste je met je naam. Het is het begin van de doorlopende ervaring dat je gezien wordt.’

Het zit in de cultuur

Want er is meer, zegt Imke. ‘De zorg, de aandacht. Even kloppen op de deur van je kleedkamer om te vragen of je klaar bent. Precies op het goede moment in je adem vragen om die in te houden. Ik had soms tranen in mijn ogen terwijl ik dacht: “oh wat goed van jullie”. Zo vond ik het ook heel bijzonder dat ik een sjaal mocht uitkiezen die ik kon omslaan op weg naar het bestralingsapparaat. De heerlijke wollen sjaal komt uit het project van een Zeeuwse vrouw waarmee ze Nepalese vrouwen werk biedt. Zo mooi: vrouwen steunen vrouwen. Misschien valt het me extra op omdat ik vroeger vroedvrouw was. Ik ben getraind om dit soort dingen te herkennen. Het je verplaatsen in een ander doen ze bij het ZRTI zo bijzonder goed en dat ondanks alle protocollen die nodig zijn voor het high tech werk. Het maakt niet uit of het Pietje of Miesje is: je kan erop rekenen dat elke medewerker je vanuit dezelfde uitgangspunten benadert. Die eensgezinde warme aandacht die iedereen op zijn of haar eigen manier laat zien, bewijst dat het in de cultuur zit. En dat is een enorme knappe prestatie.’