Inge Jacobs

Radiotherapeut-oncoloog

Interview

“Optimaal behandelen, maar ook bijwerkingen verminderen”

Jaarlijks melden zich zo’n vijftien patiënten bij het ZRTI met een tumor in de blaas die bestraald moet worden. Omdat de blaas een orgaan is dat een sterk wisselend formaat heeft, afhankelijk van hoe vol of leeg deze is, werd in het verleden altijd een ruime marge in het bestralingsgebied aangehouden. Zo was het zeker dat de tumor werd bestraald – maar werd tegelijkertijd ook gezond weefsel aangetast. Inge Jacobs, radiotherapeut-oncoloog bij het ZRTI, vertelt hoe daar dankzij nieuwe technologie verandering in is gebracht.

“Voordat patiënten starten met bestralingen, maken we altijd een bestralingsplan op basis van een CT-scan. Bij de blaas moesten we voorheen altijd werken met een ruime marge, omdat het formaat van de blaas continu verandert. De techniek staat gelukkig niet stil en inmiddels is het mogelijk om een CT-scan te maken, terwijl de patiënt al in de juiste bestralingshouding op het bestralingsapparaat ligt. Door die CT meteen te beoordelen en van tevoren niet één, maar drie of soms zelfs vier of vijf bestralingsplannen te maken met verschillende marges, kunnen we ter plekke beslissen welk plan het beste past bij de grootte van de blaas op dat moment. Volgens dat Plan van de Dag gaan we vervolgens bestralen. Dankzij een enthousiast team van fysici en laboranten dat samen de schouders eronder heeft gezet, hebben we deze werkwijze het afgelopen jaar kunnen invoeren op beide behandellocaties.”

Het grote voordeel van deze manier van werken is dat minder omliggend weefsel – in de praktijk meestal de dunne darm – wordt bestraald. “We werken sinds juli 2018 op deze manier en het is duidelijk merkbaar dat onze patiënten minder last hebben van bijwerkingen. Het blijkt in de praktijk ook weinig extra tijd te kosten. Het op voorhand drie planningen maken kost minder tijd dan ad hoc een extra plan creëren. Met deze nieuwe werkwijze zorgen we ervoor dat de patiënt de optimale dosis straling krijgt op de plaats waar die moet komen, terwijl de darmen worden gespaard. Ons hele team is er trots op dat we de behandeling van onze patiënten met blaaskanker op deze manier hebben kunnen verbeteren.”